Beste reistijd
Brazilië kun je het hele jaar door bereizen – welke maand de beste is, hangt echter af van je bestemming.



Brazilië is het toonbeeld van contrasten en extremen, en staat daarom op ieders bucketlist: in het Amazoneregenwoud slaap je in een hangmat, terwijl het oerwoud 's nachts om je heen tot leven komt. De Iguazú-watervallen voel je al onder je voeten voordat je de donderende watermassa's überhaupt ziet. Aan de kilometerslange stranden pulseert het leven dag en nacht. In koloniale steden als Salvador klinkt muziek uit elke steeg en draagt elke gevel een andere kleur. De skyline van São Paulo rijst op naar de hemel. En dan is er nog Rio de Janeiro – de Cristo Redentor boven de stad, Copacabana Beach, de Suikerberg, samba-ritmes. Brazilië levert beelden die bijblijven – en ervaringen waarvoor geen foto toereikend is.
Brazilië kun je het hele jaar door bereizen – welke maand de beste is, hangt echter af van je bestemming.

De Braziliaanse munteenheid heet Real (BRL).

Een directe vlucht duurt ongeveer elf tot twaalf uur.

In Brazilië spreekt men Portugees – in toeristische gebieden kom je echter goed uit de voeten met Engels.

Brazilië zit vol hoogtepunten, maar deze bezienswaardigheden horen absoluut op je bucketlist.

Tussen de Corcovado en de Copacabana liggen nog geen vijf kilometer – en toch botsen hier werelden op elkaar. De Cristo Redentor spreidt zijn armen uit over een stad die overdag wegzinkt in het strandleven tussen zeezout en rinkelende caipirinha-glazen, en 's nachts danst op samba-ritmes. Vanaf de Suikerberg zie je hoe Ipanema en de favela's dezelfde stad delen – en tijdens het wereldberoemde carnaval danst heel Rio op één enkele straat. Je baadt in de Atlantische Oceaan, waar het asfaltgrijs van de Avenida eindigt. Ilha Grande – een autovrij jungeleiland voor de kust van Rio – laat zien dat de beste vakantie in Brazilië vaak begint waar het stadsrumoer ophoudt.

Het Amazoneregenwoud beslaat 5,5 miljoen vierkante kilometer – dat is meer dan Duitsland, Frankrijk, Spanje en Italië samen! En het herbergt een tiende van alle diersoorten op aarde. Midden daarin: Manaus, een stad met meer dan een miljoen inwoners, omgeven niet door asfalt, maar uitsluitend door regenwoud. Van hieruit bereik je per boot een lodge die geen weg kent. Je hikt door het groene struikgewas – boven je springen apen van tak tot tak in de boomkruinen. 's Nachts hoor je geluiden die je nog nooit eerder hebt gehoord. En dan slaap je in een hangmat met niets anders dan de Amazone om je heen. Zo dichtbij was de meest oorspronkelijke plek op aarde nog nooit.

275 watervallen, verspreid over drie kilometer, donderen onophoudelijk de diepte in – de Iguazú Falls maken van water iets dat aanvoelt als een aardbeving. Je staat op loopbruggen die recht het stuifwater in steken, toekans vliegen op ooghoogte, de grond trilt onder je voeten. Vanaf de Braziliaanse oever zie je alle 275 vallen tegelijk, aan de Argentijnse kant sta je midden in het schuim. Geen foto vangt de kracht van de Iguazú Falls ook maar enigszins. Je staat ervoor en begrijpt waarom ze tot de grootste natuurwonderen van de wereld worden gerekend.

São Paulo groeit in alle richtingen – 22 miljoen mensen, een skyline zonder einde en een horecascene die zich kan meten met New York en Tokio. De stad slaapt nooit: overdag bepalen de zakenwijken het ritme, 's avonds neemt Vila Madalena het over – São Paulo's kunstenaars- en uitgaanswijk, waar graffiti hele huizenblokken bedekt. Meer dan 60 nationaliteiten strijden hier om de gunst van de gasten: Japans Liberdade, Argentijnse steakhouses, Braziliaanse churrascaria's. Het Museu de Arte de São Paulo hangt Picasso naast Braziliaanse moderne kunst – midden in het stadscentrum, direct boven de Avenida Paulista.

Brazilië's oostkust is geen enkele bestemming, het is een opeenvolging van werelden. Recife ligt op eilanden, doorsneden door kanalen en bruggen; daarachter Porto de Galinhas: natuurlijke poelen in het koraalrif, turquoise water dat warmer is dan welk hotelbad ook. Verder naar het noorden trekt Fortaleza met eindeloze stranden en kitesurfers die bij zonsondergang over de Atlantische Oceaan glijden. Salvador de Bahia slaat een andere toon aan – koloniale architectuur in stralend geel en blauw, trommelritmes uit open deuren, de geur van dendê-olie uit elke keuken.