Beste reistijd
Argentinië is groot – de beste reistijd hangt sterk af van de bestemming. Het zuiden in de zomer, het noorden in het voorjaar of de herfst.



Argentinië strekt zich uit over 3.500 kilometer van de subtropen tot het einde van het continent. In het noorden storten de Iguazú-watervallen over bijna drie kilometer breedte de diepte in, in het westen rijzen de Andes op tot meer dan 6.000 meter, in het zuiden schuiven de gletsjers van Patagonië tot aan het water. Daartussen Buenos Aires, waar 's nachts bandoneón door de steegjes van San Telmo trekt, en Mendoza, waar malbec op meer dan 1.000 meter hoogte rijpt. Aan het Beaglekanaal waggelen Magellaanse pinguïns over het strand en negeren elke blik soeverein. Argentinië is groot genoeg voor tien reizen – jij begint met één.
Argentinië is groot – de beste reistijd hangt sterk af van de bestemming. Het zuiden in de zomer, het noorden in het voorjaar of de herfst.

De munteenheid van Argentinië is de peso (ARS).

Een vlucht vanuit Nederland naar Buenos Aires duurt ongeveer 13 tot 14 uur – meestal met een tussenstop.

De officiële taal is Spaans – met een eigen Argentijns accent. In toeristische regio's kom je met Engels goed uit de voeten.

Argentinië zit vol hoogtepunten, maar deze bezienswaardigheden horen absoluut op je bucketlist.

Buenos Aires komt 's nachts tot leven. De steakhuizen lopen pas om negen uur vol, milonga-dansavonden beginnen om middernacht – vroeg slapen betekent de helft missen. In La Boca staan kleurrijke golfplaten huizen op een rij, tangodansers bezetten de steegjes. Op zondag behoort de wijk aan Boca Juniors. Recoleta oogt daarentegen als een ander land: Parijse boulevards en een begraafplaats waarvan de mausoleums groter zijn dan sommige appartementen. Aan de Plaza de Mayo staat de Casa Rosada, Argentinië's regeringszetel in roze. Direct daarnaast het Teatro Colón – een van de akoestisch beste operagebouwen ter wereld, van buiten zie je dat er niet aan af.

Patagonië begint waar de wegen ophouden rendabel te zijn – en precies daar wordt het mooi. El Calafate is de uitvalsbasis voor de Perito Moreno-gletsjer: een ijswand boven het Lago Argentino die met luid geraas in het water breekt. Drie uur naar het noorden bereik je El Chaltén, Argentinië's trekkinghoofdstad, van hier voeren trails naar de Laguna de los Tres met uitzicht op de Cerro Torre. Daartussen de Ruta 40 – eindeloze steppe, guanaco's langs de weg, tegenliggers om het half uur. Naar het noorden volgt Bariloche aan het Lago Nahuel Huapi: beboste Andestoppen en een stad die eruit ziet alsof ze zich vanuit Zwitserland hierheen heeft verdwaald.

Ushuaia drukt zich tegen het Beaglekanaal, daarachter rijzen de bergen steil op – zuidelijker gaat het op dit continent niet. Voor de kust liggen zeeleeuwen op rotsen te zonnen, Magellaanse pinguïns waggelen voorbij en aan de horizon trekken schepen richting Antarctica. Het nationaalpark Tierra del Fuego begint enkele kilometers buiten de stad: bevervijvers, zuidenbeuken-bossen en wandelpaden die direct aan zee eindigen. Vuurland is een eilandengroep die Argentinië en Chili delen – in het noorden vlakke steppe, in het zuiden grillige fjorden en gletsjers die tot aan het water reiken. De wind waait hier altijd, en meestal van opzij.

275 watervallen over drie kilometer breedte – de Iguazú-watervallen donderen zo luid dat je je eigen woord niet hoort. De nevel staat metershoog, het regenwoud eromheen dampt in de hitte. Misiones vormt het decor: subtropisch groen, rode aarde en de ruïnes van jezuïetenmissies uit de 17e eeuw. In het noordwesten wisselt het decor volledig: Salta en Jujuy zijn de poorten naar het Andesplateau, daarachter de Quebrada de Humahuaca op meer dan 2.000 meter, een UNESCO-dal met bergflanken in oker, rood en violet. Daartussen de Yungas – dicht nevelbos dat zich van de Andes naar het laagland uitstrekt.

Mendoza ligt op 750 meter, de Andes erachter stijgen op tot bijna 7.000 – middenin de Aconcagua, de hoogste top van het westelijk halfrond. De wijngaarden strekken zich in lange rijen uit tot aan de rand van de Andes. Malbec rijpt hier in de hoogtezon, en in de bodegas ruikt het naar eikenhout en koude steen. Ten noorden daarvan bereik je San Juan met de nationale parken Talampaya en Ischigualasto: rode rotsformaties, versteende dinosaurusbotten en een stilte die je anders alleen in de woestijn vindt. In het zuiden completeert de Cerro Tronador het beeld – een uitgedoofde vulkaan die zijn naam dankt aan het donderen van zijn gletsjers.