Beste reistijd
Zweden is het hele jaar door te bereizen. In de zomer beleef je de middernachtzon en in de winter noorderlichten.



Zweden ruikt naar kaneel en dennenhars. In de zomer gaat de zon wekenlang niet onder, het licht wordt goudkleurig, de meren spiegelen de hemel tot middernacht. Met midzomer dansen iedereen om de meiboom, bloemenkransen in het haar, daarna direct het meer in. Daartussen fika – koffie en kaneelbroodje, twee keer per dag, het hele land pauzeert. In de winter valt de duisternis vroeg, maar noorderlichten trekken over de hemel en sneeuw slokt elk geluid op. Stockholm drijft op veertien eilanden, buiten begint de schärenarchipel, daarachter de rode houten huizen en eindeloze bossen. Een land dat zich met elk seizoen volledig transformeert.
Zweden is het hele jaar door te bereizen. In de zomer beleef je de middernachtzon en in de winter noorderlichten.

De munteenheid van Zweden is de Zweedse kroon (SEK). Er wordt voornamelijk betaald met een betaal- of creditcard.

Een directe vlucht vanuit Nederland duurt afhankelijk van de bestemming 2 tot 4 uur.

Zweeds is de officiële taal, maar vrijwel alle Zweden spreken Engels vloeiend. Samisch is in Lapland erkend als minderheidstaal.

Zweden zit vol hoogtepunten, maar deze bezienswaardigheden horen absoluut op je bucketlist.

Stockholm drijft op veertien eilanden. Daartussen bruggen, veerponten en water op elke hoek. Gamla Stan ligt er middenin: middeleeuwse steegjes, okerkleurige gevels, de smalste straat slechts 90 centimeter breed. Op Djurgården de Vasa – een oorlogsschip dat in 1628 op zijn maidentrip na slechts 1.300 afgelegde meters zonk en 333 jaar later van de zeebodem werd gelicht. Vandaag vult het wrak het Vasa Museum. Södermalm aan de andere kant: vintagewinkels, bars, kaneelbroodje bij de koffie en het beste uitzicht over de daken. Voor de stad de schärenarchipel – duizenden eilanden, sommige bewoond, vele niet, allemaal bereikbaar per veerboot.

Göteborg smaakt naar zee. Op de Feskekôrka-markt liggen verse garnalen op ijs, buiten dobberen vissersbootjes in de haven. Van hier voert de kust door Skåne – gele koolzaadvelden, witte krijtrotsen, het water ernaast. Bij Kåseberga sta je op een klif boven de Oostzee: 59 stenen vormen een schip, 67 meter lang, al 1.400 jaar gericht op de zonsondergang bij de zomerzonnewende: Ales Stenar. De wind houdt hier nooit op. Malmö schakelt het tempo hoog – de Turning Torso schroeft zich boven de skyline, via de Øresundbrug bereik je Kopenhagen in slechts twintig minuten. Voor de kust Gotland met Visby: middeleeuwse stadsmuur, UNESCO-werelderfgoed.

In Kiruna gaat de zon in de winter wekenlang niet op. In plaats daarvan trekt groen en violet over de hele hemel – noorderlichten die bewegen, vervagen en weer oplichten. In Abisko, waar een microklimaat de wolken op afstand houdt, zie je ze het duidelijkst. Niet ver daarvandaan bevindt zich het ijshotel van Jukkasjärvi: kamer, bed, bar – hier is alles van ijs, min vijf graden. Elk voorjaar smelt het, elke winter ontwerpen ijskunstenaars het opnieuw. Buiten rendieren, hondensleden, stilte. In de zomer keert alles om: de middernachtzon dompelt Lapland in goudkleurig permanent licht, de Kungsleden voert als 440 kilometer lange langeafstandswandelroute door het Sarek-nationaalpark.

Een zomervakantie in Zweden is vooral één ding: natuur. Meer dan de helft van het land is bezaaid met bossen, daartussen 100.000 meren. Perfect om te vissen of te kanoën. Een kanotocht op de Klarälven voert dagenlang door Värmland, het enige geluid je peddel in het water. In de Sarek vind je geen paden, geen hutten, geen wegen – in plaats daarvan wandel je door gletsjers en bergen die zich sinds de ijstijd nauwelijks hebben veranderd. In het boomhotel van Harads slaap je boven de bosbodem, de Mirrorcube verdwijnt tussen de dennen – glamping op zijn Zweeds. In Zweden is natuur geen decor, maar de reden van je reis.